De Chinese taal: een korte inleiding

Geschiedenis Karakterschrift Kalligrafie Dialecten Transcriptie zhongwen = Chinese taal

Geschiedenis

Het Chinees ("Hanyu" = de taal van Han of  "Zhongwen" = Chinese taal) maakt deel uit van de Tibeto-Chinese taalgroep, waartoe ook het Tibetaans, Birmees en Thai behoren. Het oudst bekende geschreven Chinees dateert van ongeveer vierduizend jaar geleden. We kunnen de ontwikkelingen van het Chinees vanaf meer dan drieduizend jaar geleden vrij nauwkeurig volgen en reconstrueren aan de hand van literaire getuigenissen. Dit is vergelijkbaar met onze kennis over de eerste bekende Indo-Europese talen. In al zijn dialecten wordt het Chinees momenteel door zeker 1,4 miljard mensen gesproken, in China en op Taiwan, maar ook in de vele overzeese gemeenschappen van Chinezen. Het dialect dat domineert is afkomstig uit de omgeving van Beijing en wordt in het westen ‘Mandarijn’ genoemd. Sinds 1950 wordt deze taal door de regering van de Volsrepubliek beschouwd als de officiële standaardtaal: ‘putonghua’ = ‘gewone taal’.  Mandarijn wordt tegenwoordig door bijna 900 miljoen mensen als eerste taal gesproken. Daarbij beheersen nog ongeveer 180 miljoen anderen het Mandarijn als tweede taal. De overige dialecten van het Chinees worden meestal als streektaal aangeduid. Practisch kan men met Mandarijn overal in China, Hong Kong en Taiwan terecht.  

Karakteristieken

Een van de voornaamste karakeristieken van het Chinees is de éénlettergrepige (monosyllabische) structuur zonder verbuigingen en vervoegingen. Een woord kan bovendien verschillende functies hebben in een zin. Zo kan bijvoorbeeld het woord voor ‘mens’ (ren) zowel gewoon ‘mens’ betekenen (zelfstandig naamwoord), als ‘menselijk’ (bijvoeglijk naamwoord). Een andere eigenaardigheid van het Chinees is het gebruik van verschillende toonhoogten waarop de lettergrepen worden uitgesproken. Op deze manier kan het Chinees aan hetzelfde eenlettergrepig woord verschillende te onderscheiden betekenissen toekennen. Het Mandarijn (putonghua) kent vier toonsoorten, het cantonees maar liefst tien. Een ander uniek kenmerk van de Chinese taal is de schrijfwijze. Het schrift bestaat uit complexe zgn. ideografische tekens, karakters, die elk de betekenis van een woord vastleggen. Dit staat in grote tegenstelling tot bijvoorbeeld ons zogenaamde fonetisch schrift.

Ouderdom

De vroegst bekende in het Chinees geschreven bronnen bestaan uit primitieve karakters gekrast op orakelbeenderen of aardewerk uit de Shang-dynastie (ca. 2e millenium voor Chr). In 2006 echter is een inscriptie gevonden op een pottenbakkers draaischijf die nog honderden jaren ouder is. (zie de afbeelding hieronder) Aangenomen dat de inscriptie ‘Li’ is, één van de Acht Trigrammen. Longshan cultuur, 4500 jaar geleden. Bron foto: Newsphoto, China Als gesproken taal moet het Chinees al veel ouder zijn. De klanken van de gesproken taal zijn voortdurend aan verandering onderhevig geweest, maar de basisgrammatica en de schrijfwijze is in de historische tijd nauwelijks veranderd. Aan de hand van vele aanwijzingen, waaronder bepaalde kenmerken van de karakters waarmee de woorden geschreven werden, zijn de taalgeleerden er in geslaagd met grote nauwkeurigheid de klanken van het Chinees ten tijde van de Zhou-dynastie ( 1122-221 v. Chr.) te reconstrueren.

Het karakterschrift

Het Chinese schrift spreekt sterk tot de verbeelding omdat het er ingewikkeld en raadselachtig uitziet. De karakters vertegenwoordigen geen klanken, zoals in het geschreven Nederlands en vele andere talen die een fonetisch schrift bezitten, maar hebben elk een bepaalde betekenis en meestal meerdere betekenissen. Om elk begrip een eigen karakter te geven zijn duizenden afzonderlijke of samengestelde karakters nodig. De meest uitgebreide woordenboeken (uit de Qing-dynastie) bevatten maar liefst 80.000 karakters. De meeste van deze karakters waren echter oude verschrijvingen die een eigen leven bleven leiden. Deze raakten met vele andere exotische karakters in onbruik, zodat tegenwoordig een ontwikkelde Chinees voldoende heeft aan de kennis van maximaal 10.000 karakters. Een Chinees met gemiddelde opleiding beheerst ongeveer 3000 karakters. lees verder over het Chinese karakterschrift

Ontwikkeling van het karakterschrift

Het karakterschrift en de betekenissen van de afzonderlijke karakters zijn ondanks een zekere ontwikkeling in wezen de laatste tweeduizend vrijwel onveranderd gebleven. Invloeden waren er wel van nieuwe schrijftechnieken en regelmatig optredende vereenvoudigingen. Zo ontstonden er verschillende schrijfwijzen voor eenzelfde karakter. Aan de manier waarop karakters geschreven worden en aan de variaties hierop is een speciale pagina gewijd. Van de gangbare karakters zijn de  veranderingen in de loop van de geschiedenis goed gedocumenteerd en te volgen. Ondanks de klankveranderingen en dialectvorming in de gesproken taal is het daarom voor de ontwikkelde Chinees in principe nog steeds goed mogelijk oude literatuur te lezen. ‘In principe’, want er zitten toch de nodige haken en ogen aan het lezen van het klassieke Chinees. In de loop van de geschiedenis ontwikkelde zich namelijk de spreektaal verder, terwijl de geschreven taal gefixeerd bleef op de stand van ongeveer de tweede eeuw v. Chr. Daarbij is het handgeschreven Chinees vaak moeilijk leesbaar (cursief schrift) en bevat vele dubbelzinnigheden. Pas na de val van het keizerrijk, in het begin van de twintigste eeuw ten tijde van de zgn. ‘Nieuwe Cultuurbeweging’ ontstond er literatuur die aansloot bij het eigentijds gesproken Chinees. Tijdens de hele Chinese geschiedenis zijn de schrijfwijzen van karakters regelmatig vereenvoudigd. Soms waren deze vereenvoudigingen van blijvende aard, vaak niet. De laatste ingrijpende officiele vereenvoudiging vond in 1956 in de Volksrepubliek plaats. In Taiwan en Hong Kong houdt men nog vast aan de traditionele schrijfwijze.

Kalligrafie

De schoonschrijfkunst (kalligrafie) is altijd als een vooraanstaande kunstvorm beschouwd en wordt nog steeds op hoog niveau beoefend. Dit geldt voor handgeschreven (geschilderde) karakters maar ook voor inscripties in steen (steles). Voor een ontwikkelde Chinees was het erg belangrijk een goed handschrift te hebben. De teksten op steen hadden vaak niet allen een functie bij de verbreiding van de boodschap, maar ook als voorbeeld voor goed geschreven Chinees. Door met inkt en wrijven de tekst op papier aan te brengen, de zogenaamde ‘rubbing’ ook ‘wrijfprenten’ genoemd, kon de boodschap overal aangeplakt worden. Voor dergelijke rubbings werd grote zorg aan de kalligrafie besteed. Behalve om de boodschap zelf werden de rubbings gemaakt om als voorbeeld te dienen voor schoonschrift in het onderwijs en voor al of niet professionele kalligrafen. Ook tegenwoordig zijn boeken met klassieke voorbeeldkalligrafie afkomstig van rubbings nog volop verkrijgbaar.

Dialecten

Het Chinees kent verschillende dialecten of streektalen, die zozeer van elkaar verschillen, dat men soms van afzonderlijke talen spreekt. Alle Chinese dialecten hebben echter de schrijftaal, met de karakters, gemeen. Het Mandarijn is relatief jong, want pas 700-800 jaar geleden ontstaan. Andere bekende dialekten zijn: Cantonees (Yue): vooral gesproken in de provincie Guangdong en in veel overzeese gemeenschappen. Dit dialect heeft veel oudere wortels dan het putonghua en heeft maar liefst tien toonsoorten (meestal vereenvoudigd tot zes). Min: gesproken in de provincie Fujian Wu: gesproken in de provincies Jiangsu en Zhejiang Hakka: verspreid over de zuidelijke provincies (vooral in Guangdong en overzee) Gan: gesproken in de provincie Jiangxi

Transcriptie

Er zijn verschillende manieren waarop de Chinese taal in het westerse (Latijnse) alfabet kan worden weergegeven. Vooral in de oudere westerse literatuur is het daarom vaak een ware puzzel om wijs te worden uit de verschillende transscripties. Elke Europese taal (zoals ook het Nederlands) hanteerde zijn eigen wijze van transscriptie. De meest populaire transscriptie was het zgn. Wade-Giles systeem, dat tot voor kort in de meeste historische boeken over China werd gebruikt. Sinds 1956 heeft de regering van de Volksrepubliek echter zelf een voorkeurstranscriptie ontwikkeld en gepropageerd, het pinyin. Tegenwoordig gebruiken de meeste westerse universiteiten, kranten en tijdschriften het pinyin. Er bestaan uitgebreide tabellen waarmee men bijvoorbeeld namen geschreven in het Wade-Giles kan transformeren naar pinyin, en omgekeerd. Een voorbeeld ter illustratie: In de meeste westerse transcripties werd en wordt de naam van de hoofdstad van China als ‘Peking’ gespeld. Sinds de Volksrepubliek in 1956 consequent de op het pinyin gebaseerde spelling ‘Beijing’ gebruikt, wordt deze laatste spelling ook in het westen steeds meer gevolgd. Er is dus geen sprake van een naamsverandering, maar van een veranderende voorkeur van spellingswijze! Andere voorbeelden van oude versus moderne (pinyin) spelling: Canton  – Guangzhou, Kwangtung – Guangdong Nanking – Nanjing

 

Reageren is niet meer mogelijk